Hoe maak ik mijn eerste rapport in Microsoft Fabric?

Ed Kisman ·
Handen die typen op een laptop met een Microsoft Fabric-dashboard vol kleurrijke datavisualisaties, op een modern bureau met databaseschema's.

Je maakt je eerste rapport in Microsoft Fabric door een werkruimte aan te maken, een databron te koppelen via OneLake of een directe connector, en vervolgens in de ingebouwde rapporteditor visualisaties te bouwen met drag-and-drop. Het platform combineert de kracht van Power BI met een geïntegreerde data-omgeving, waardoor rapportage en data-opslag in één ecosysteem samenkomen. In dit artikel beantwoorden we de meest gestelde vragen voor beginners die hun eerste stappen zetten met Microsoft Fabric-rapportage.

Wat heb je nodig voordat je begint in Microsoft Fabric?

Voordat je een rapport maakt in Microsoft Fabric heb je minimaal een Microsoft 365-account nodig met een Fabric-licentie (Trial, Pro of Premium Per User), toegang tot een werkruimte in de Fabric-portal, en een databron waarop je wilt rapporteren. Zonder deze drie basisonderdelen kun je de rapporteditor niet bereiken.

Hieronder vind je een overzicht van wat je concreet op orde moet hebben:

  • Licentie: Microsoft biedt een gratis proefperiode van 60 dagen voor Fabric. Vraag die aan via de Microsoft 365-beheeromgeving of via de Fabric-portal zelf.
  • Werkruimte: Maak een nieuwe werkruimte aan in de Fabric-portal (app.fabric.microsoft.com). Kies bij de instellingen voor een Fabric-capaciteit, anders zijn Fabric-functies beperkt beschikbaar.
  • Databron: Dit kan een Excel-bestand, een SQL-database, een SharePoint-lijst of een Lakehouse zijn. Zorg dat je de juiste leesrechten hebt op de bron.
  • Basiskennis: Enige bekendheid met Power BI of datamodellen helpt, maar is geen harde vereiste voor een eerste rapport.

Heb je data die momenteel nog in losse spreadsheets leeft? Dan is het verstandig om eerst te bekijken hoe data engineering je kan helpen die data gestructureerd aan te bieden voordat je gaat rapporteren.

Hoe verbind je een databron met Microsoft Fabric?

Je verbindt een databron met Microsoft Fabric via de sectie “Get data” in de rapporteditor of via een Lakehouse, Dataflow Gen2, of een directe connector. De snelste route voor beginners is een directe koppeling vanuit de rapporteditor zelf, vergelijkbaar met hoe dat werkt in Power BI Desktop.

De meest gebruikte methoden om data te verbinden zijn:

  1. Directe connector: Open een nieuw rapport in je werkruimte, klik op “Get data” en kies een connector zoals SQL Server, Azure SQL, SharePoint of Excel. Voer de servergegevens of het bestandspad in en authenticeer met je account.
  2. Lakehouse: Upload data naar een Lakehouse in je werkruimte. Vanuit de rapporteditor kies je vervolgens “OneLake data hub” om rechtstreeks op die data te rapporteren. Dit is de aanbevolen aanpak voor herbruikbare, gecentraliseerde data.
  3. Dataflow Gen2: Gebruik Dataflows om data te transformeren voordat je die in een rapport laadt. Dit is vergelijkbaar met Power Query in Power BI en biedt meer controle over data-opschoning.

Voor complexere koppelingen tussen meerdere systemen biedt BI data-integratie een gestructureerde aanpak om databronnen samen te brengen in één coherent datamodel.

Hoe maak je een visualisatie in de Fabric-rapporteditor?

In de Fabric-rapporteditor maak je een visualisatie door een visueel element te selecteren uit het paneel aan de rechterkant, en vervolgens velden uit je datamodel naar de bijbehorende veldbakken te slepen. De editor is identiek aan de Power BI-rapporteditor en werkt volledig in de browser.

Volg deze stappen voor je eerste visualisatie:

  1. Open een rapport in je werkruimte of maak een nieuw rapport aan via “New report”.
  2. Selecteer in het Visualizations-paneel rechts een grafiektype, bijvoorbeeld een staafdiagram of een kaartvisualisatie.
  3. Sleep vanuit het Data-paneel de gewenste velden naar de veldbakken (X-as, Y-as, Legenda, enzovoort).
  4. Pas de opmaak aan via het penseelicoon in het Visualizations-paneel: kleuren, lettertypen, titels en achtergronden zijn allemaal aanpasbaar.
  5. Voeg filters toe via het Filters-paneel om de data te beperken tot een specifieke periode, categorie of waarde.

Een tip voor beginners: begin met eenvoudige visualisaties zoals een kaart (voor KPI’s), een staafdiagram (voor vergelijkingen) en een lijngrafiek (voor trends). Complexere visuals zoals decomposition trees of AI-visuals voeg je later toe als het basisrapport staat. Wil je professioneel ogende rapportages bouwen? Bekijk dan de mogelijkheden voor maatwerk Power BI rapportages.

Wat is het verschil tussen een rapport en een dashboard in Microsoft Fabric?

In Microsoft Fabric is een rapport een interactief document met meerdere pagina’s en visualisaties die rechtstreeks op een datamodel zijn gebaseerd. Een dashboard is een verzameling vastgezette tegels uit verschillende rapporten, bedoeld als beknopt overzicht zonder directe interactiviteit met de onderliggende data.

De belangrijkste verschillen op een rij:

  • Rapport: Meerdere pagina’s mogelijk, volledig interactief (filteren, doorklikken), direct gekoppeld aan één datamodel, aanpasbaar in de rapporteditor.
  • Dashboard: Één pagina met tegels, tegels komen uit verschillende rapporten of datasets, beperkte interactiviteit, ideaal voor een snel overzicht voor leidinggevenden.
  • Gebruik: Maak een rapport als je wilt dat gebruikers zelf kunnen verkennen en filteren. Maak een dashboard als je een vaste set KPI’s wilt presenteren die altijd zichtbaar zijn.

Voor de meeste beginners is het zinvol om eerst een goed rapport te bouwen en daarna de meest relevante visuals vast te zetten op een dashboard. Zo profiteer je van beide formaten zonder dubbel werk.

Hoe publiceer en deel je een rapport in Microsoft Fabric?

Je publiceert een rapport in Microsoft Fabric door het op te slaan in een werkruimte en vervolgens een link te delen of de ontvanger toegang te geven tot de werkruimte. Je kunt ook een directe rapportlink genereren of het rapport insluiten in een Teams-kanaal of SharePoint-pagina.

De stappen voor publiceren en delen:

  1. Opslaan: Klik op “Save” in de rapporteditor en geef het rapport een duidelijke naam. Het rapport verschijnt nu in je werkruimte.
  2. Werkruimte-toegang: Voeg collega’s toe aan de werkruimte via “Manage access”. Kies de rol Viewer voor alleen-lezen toegang.
  3. Directe link: Open het rapport, kopieer de URL en stuur die door. Ontvangers moeten wel toegang hebben tot de werkruimte.
  4. Insluitoptie: Kies “File > Embed report > Website or portal” voor een embedcode, of gebruik “Share > Teams” om het rapport direct in Microsoft Teams te plaatsen.
  5. Exporteren: Via “Export” kun je het rapport downloaden als PDF of PowerPoint, handig voor presentaties aan mensen zonder Fabric-toegang.

Wil je meer controle over wie wat ziet? Gebruik Row-Level Security (RLS) in het datamodel om te bepalen welke data zichtbaar is per gebruikersgroep. Dit is met name relevant bij gevoelige bedrijfsdata of rapportages voor meerdere afdelingen. Meer over beveiliging en toegangsbeheer lees je op de pagina over beveiliging en governance.

Welke veelgemaakte fouten moet je vermijden bij je eerste Fabric-rapport?

De meest voorkomende fouten bij een eerste Microsoft Fabric-rapport zijn een slecht gestructureerd datamodel, te veel visualisaties op één pagina, en het overslaan van data-validatie voordat je gaat rapporteren. Deze fouten leiden tot trage rapporten, verkeerde inzichten en frustratie bij eindgebruikers.

Vermijd deze valkuilen:

  • Geen stermodel gebruiken: Koppel feittabellen aan dimensietabellen via een stermodel. Veel-op-veel relaties zonder tussentabel veroorzaken onjuiste berekeningen.
  • Ruwe data direct in het rapport laden: Reinig en transformeer data eerst in Dataflow Gen2 of Power Query. Ongefilterde, onopgeschoonde data maakt rapporten traag en onbetrouwbaar.
  • Te veel visuals op één pagina: Beperk je tot vijf à zeven visualisaties per pagina. Meer dan dat maakt het rapport onoverzichtelijk en vertraagt de laadtijd.
  • Geen paginafilters instellen: Stel altijd een standaard datumfilter of contextfilter in, zodat gebruikers niet een rapport zien met data van alle tijden tegelijk.
  • Maten maken met impliciete aggregaties: Schrijf expliciete DAX-measures in plaats van te vertrouwen op automatische sommen. Dit geeft je meer controle en voorkomt rekenfouten.
  • Rapporten niet testen op mobiel: Fabric-rapporten zijn ook zichtbaar op mobiele apparaten. Controleer de mobiele lay-out via de “Mobile layout”-optie in de editor.

Een goed opgezet datamodel is de basis van elk betrouwbaar rapport. Investeer daar tijd in aan het begin, want aanpassingen achteraf kosten veel meer moeite dan een goede start.

Hoe DBA helpt met Microsoft Fabric-rapportage

Wij begrijpen dat de stap naar Microsoft Fabric meer vraagt dan alleen een tool leren kennen. De combinatie van data-infrastructuur, modellering en rapportage kan overweldigend zijn, zeker als je ook nog een bestaande omgeving hebt die je wilt meenemen. Daarom bieden wij concrete ondersteuning op elk niveau:

  • Fabric-inrichting: We zetten de volledige Fabric-omgeving voor je op, inclusief werkruimtes, Lakehouses en datamodellen.
  • Rapportage en dashboards: We bouwen professionele, maatwerk rapportages die aansluiten op jouw bedrijfsprocessen en doelgroepen.
  • Coaching en kennisoverdracht: Via on-the-job coaching leren je eigen medewerkers werken met Fabric, zodat je na het project zelfstandig verder kunt.
  • Migratie vanuit Excel of andere tools: We begeleiden de overstap van bestaande rapportageomgevingen naar Fabric zonder dataverlies of productiestilstand.
  • Beveiliging en governance: We zorgen dat je rapporten voldoen aan de eisen rondom toegangsbeheer, compliance en datakwaliteit.

Wil je weten wat wij voor jouw organisatie kunnen betekenen? Neem contact met ons op en we bespreken vrijblijvend hoe we je eerste stappen in Microsoft Fabric succesvol kunnen maken.

Gerelateerde artikelen